Startpagina
Favorieten

De alternatieve encyclopedie



 
Eredivisie - ontstaan
Geplaatst op dinsdag 21 juli 2009

 Wedstrijd van de Eeuw

of wel: de invoering van betaald voetbal in Nederland

The Cambridge Rules

Het moderne voetbal vindt zijn wortels in Engeland. Er zijn wel oudere vormen van spelen waar een voet tegen een bal geplaatst wordt (zelfs eeuwen voor Christus in China) en ook het rugby kent een langere historie, maar de regels van het huidige spel zijn in grote lijnen voor het eerst in 1848 opgesteld (de Cambridge Rules op de universiteit in deze plaats) en op 26 oktober 1863 geüniformeerd door de Football Association. In 1871 wordt voor het eerst landelijk om de FA Cup gespeeld. In 1884 ontstaat er een rel als Preston North End en Upton Park elkaar in de vierde ronde ontmoeten. Preston wordt ervan beschuldigd spelers te betalen en bekent ook ruiterlijk ‘schuld’.  Meer clubs belonen hun spelers en in 1888 neemt William McGregor, voorzitter van Aston Villa, het initiatief betaald voetbal te introduceren. Er zijn 12 clubs die de eerste bijeenkomst in Hotel Anderton aan de Fleet Street in Londen bijwonen en de eerste competitie van profvoetballers plannen. Preston wordt in 1889 de eerste landskampioen.

De voetbalsport verspreidt zich snel, zo ook het profvoetbal. Schotland start in 1893 en Tsjecho-Slowakije is het eerste niet-Britse land waar betaald voetbal algemeen erkend wordt. In 1925 spelen de beste clubs uit Bohemen, Moravië en Slowakije een profcompetitie. Een jaar later volgen Oostenrijk en Hongarije. De Oostenrijker Hugo Meisl neemt bovendien het initiatief tot een toernooi om de Mitropa Cup, de voorloper van de Europa Cup, waar naast genoemde landen ook clubs uit Joegoslavië en Italië zich bij aansluiten. De mondialisering van het voetbal leidt ook tot de strijd van landenteams om een wereldkampioenschap. Het besluit hiertoe wordt in 1928 in Amsterdam genomen, al zal Nederland evenals de meeste andere Europese landen twee jaar later ontbreken bij de aftrap in Uruguay. Inmiddels kent ook Spanje (1929) een profliga terwijl Frankrijk in 1932 volgt. In Zuid-Amerika zijn er al vroeg initiatieven tot betaald voetbal, maar Argentinië kent voor dit continent in 1931 de primeur van een officieel erkende profcompetitie. Mexico en Uruguay volgen op de voet, vanaf 1940 mogen Braziliaanse club hun spelers eveneens betalen. In Nederland rust op betaald voetbal nog enige tijd een taboe.

Pioniers Mulier en Van Heek

We schrijven 1865 als er voor het eerst een voetbalwedstrijd in ons land gespeeld wordt. Een team van Engelse textielarbeiders en leden van een Britse delegatie uit Den Haag nemen het in Enschede tegen elkaar op. In Twente wordt Jan Bernard van Heek, die het voetballen tijdens zijn studietijd in Engeland leerde kennen, als de grondlegger van het voetbal in het oosten van Nederland beschouwd. In clubverband ontwikkelt voetbal zich aanvankelijk nog in de schaduw van het cricket. De eerste beoefenaars zijn veelal middelbare scholieren uit de gegoede burgerij, de achturige werkdag voor fabrieksarbeiders laat immers nog even op zicht wachten. De eerste club die opgericht wordt, is UD, Utile Dulci, in 1975 te Deventer. Hier wordt aanvankelijk alleen cricket gespeeld. Wanneer men bij UD gaat voetballen, bestaat in Haarlem reeds HFC (Haarlemse Football Club, oprichting 1879), reden waarom dit als de oudste club van ons land beschouwd wordt die traditioneel op nieuwjaarsdag nog steeds een wedstrijd tegen oud-internationals speelt. (Zowel UD als HFC mag zich sinds het eigen eeuwfeest inmiddels Koninklijk noemen.) Pim Mulier, overigens pas 14 jaar als hij HFC opricht, geldt als de grote verspreider van het voetbal – en overigens ook van atletiek, rugby, hockey en, samen met Jaap van Eden, het schaatsen - in ons land. Gelet op de explosieve groei van het voetbal in korte tijd, lijkt het waarschijnlijk dat ook vele anderen onder invloed van de Engelsen, in de rest van het land bijdragen aan de populariteit van de sport. De voetbalclubs die volgen, heten onder andere Prinses Wilhelmina in Enschede, Hercules Utrecht, HVV in Den Haag, Olympia en Excelsior in Haarlem, Frisia Leeuwarden, Concordia te Rotterdam, AVV (Amsterdam) en DFC (Dordrecht). Clubs die aan het eind van de 19e eeuw opgericht worden en nu nog spelen in het betaald voetbal zijn Sparta (1888), Haarlem (1889), Vitesse (1892), Veendam (1894) en Willem II (1896). De overkoepelende Nederlandsche Voetbal en Athletiek Bond, NVAB (later NVB en KNVB geheten) wordt al in 1889 opgericht. De eerste nationale competitie wordt gewonnen door RAP uit Amsterdam, dat na een zege op Vitesse een jaar later ook de primeur heeft het bekertoernooi te winnen. Al voor de eeuwwisseling houdt mr F.L. Kleyn, de voorzitter van HVV, een pleidooi voor de invoering van profvoetbal. Hij krijgt enige bijval maar de NVAB – eveneens opgericht door Pim Mulier - beschouwt betaald voetbal schadelijk voor de sport en het volk.

Beb Bakhuys, de eerste Nederlandse prof

De invoering van het professionalisme zal ruim een halve eeuw op zich laten wachten. Dat wil niet zeggen dat geen enkele speler geld ontvangt. Een aantal zoals Jan de Natris (Ajax, Vitesse, Blauw Wit) in de jaren 20 van de vorige eeuw, verandert regelmatig van club maar betalingen worden niet altijd bewezen. Is dat wel het geval volgt onherroepelijk een schorsing. Zoals bij Beb Bakhuys die van ZAC uit Zwolle overgaat naar het Limburgse VVV. In Venlo wordt hem een sigarenzaak in het vooruitzicht gesteld terwijl hij ook een salaris van dertig gulden per week en vijf procent van de recettes zou incasseren. De voetbalbond schorst de international waarop deze als eerste Nederlander prof wordt in het buitenland, bij het Franse FC Metz. Na de oorlog krijgt zijn voorbeeld volop navolging. Faas Wilkes gaat in Milaan voetballen, André Roosenburg verruilt Sneek voor Fiorentina en Frans de Munck is in het doel van FC Köln te bewonderen. De Franse clubs trekken het meest aan de betere spelers uit ons land. Op een gegeven moment is Nederland met 13 landgenoten zelfs hofleverancier van de kolonie buitenlanders in het Franse voetbal. Vooral bondsvoorzitter Karel Lotsy voert een kruistocht tegen [i]de deserteurs[/i] die het nationale shirt niet meer mogen dragen en ook bij een eventuele terugkeer in de Nederlandse competitie een schorsing van een jaar of langer moeten uitzitten. Één van de weinige topvoetballers die de Franse francs en de Italiaanse lires niettemin weet te weerstaan is Abe Lenstra.

Deserteurs worden volkshelden

De ommekeer wordt – hoe kan het bijna anders – ingeleid door een voetbalwedstrijd, waarvan de spelers de betekenis vooraf niet bevroed zullen hebben. Het land is in 1953 in de ban van de vreselijke watersnoodramp waar 2.000 doden te betreuren zijn. Vanuit het buitenland leeft men sterk mee. Frankrijk biedt aan een benefietwedstrijd tegen het nationale team van Nederland waarvan de opbrengst naar de slachtoffers gaat. Lotsy slaat het aanbod af, bevreesd als hij is voor een sportieve afgang. Frankrijk is één van de sterkte Europese landen dat kort daarvoor nog de sterren van Duitsland en Oostenrijk verslagen heeft, terwijl het Nederlands elftal het niet eens kon bolwerken tegen van Finland en Denemarken, voetbaldreumesen op dat moment. Twee Nederlandse profspelers in het Franse voetbal, de ex-internationals Theo Timmermans en Bram Appel (beiden met een Haagse achtergrond), nemen het initiatief over en stellen voor dat de in Frankrijk acterende Nederlanders tegen de Haantjes spelen. De organisatie heeft nog wat voeten in de aarde en kan niet geheel buiten de KNVB koninklijk sinds 1929) om gedaan worden. Een list maakt het mogelijk de medewerking van de bond af te dwingen. Het idee van de wedstrijd wordt voorgelegd aan het Koninklijk Huis, Prins Bernhard ondersteunt direct het initiatief. Daarmee kan de Koninklijke voetbalbond haar medewerking niet meer ontzeggen. Al doet ze wel alles om de wedstrijd niet teveel aandacht te geven. Zo verbiedt Lotsy de Nederlandse profs om in Oranje shirts met embleem aan te treden – rood wordt nu de kleur – en het Wilhelmus te spelen. (Dat laatste zal overigens wel gebeuren, de Franse kapel kent het door de KNVB voorgestelde alternatief Wien Neerlands bloed niet). Ook zal de bondsvoorzitter tijdens de wedstrijd schitteren door afwezigheid. De voorbereiding van het benefietduel wordt serieus opgepakt. Faas Wilkes krijgt et

helaas geen vrijaf  van werkgever Torino, doelman Frans de Munck ondervindt meer begrip bij werkgever FC Köln. De andere internationals komen allen van Franse clubs. Er wordt twee dagen lang geoefend in de nieuwe samenstelling terwijl onder leiding van Bram Appel (die zojuist zijn trainersdiploma heeft behaald) aan een tactisch plan wordt gewerkt.

Op 12 maart 1953 treden Frankrijk en het alternatieve Nederland tegen elkaar in het Parc des Princes van Parijs. Circa 8.000 vooral Nederlandse toeschouwers zien de wedstrijd van hun leven. Opvallend is het hoge tempo – in Frankrijk traint men al twee keer per dag – en het hoge, technische niveau van beide elftallen. De Fransen, met de beroemde Raymond Kopa in hun midden, nemen een 1-0 voorsprong, maar in de tweede helft buigt het Nederlands elftal dankzij doelpunten van uitblinker Bertus de Harder en Bram Appel de achterstand om in een 1-2 overwinning. Een sensatie! De uitzinnige supporters dragen na afloop Frans de Munck, Rinus Schaap, Cor van der Hart, Arie de Vroet, Joop de Kubber, Jan van Geen, Bertus de Harder, Gerrie Vreeken, Kees Rijvers, Theo Timmermans en Bram Appel op de schouders. De deserteurs zijn plotseling getransformeerd tot volkshelden.

De bijzondere interland brengt 114.000 gulden op voor de nabestaanden. Einde verhaal lijkt het, maar de wedstrijd brengt veel teweeg in eigen (voetbal)land. De kranten komen superlatieven tekort om de wedstrijd van de eeuw, zoals de journalistieke autoriteit ir. Aad van Emmenes de interland noemt, te verslaan. Het Parool schrijft: Een gloriedag van 11 jongens die in het buitenland met hun voetbalcapaciteiten een door velen ten onrechte geminachte werkkring hebben gevonden, maar Nederlanders zijn gebleven tot in elke vezel van hun getrainde lichaam. En in Het Vrije Volk valt te lezen: Wat jammer, wat heel jammer, dat het Nederlandse publiek dat zondag in, zondag uit naar wedstrijden moet kijken waaraan reuk noch smaak zit, dit sublieme spel van onze Profs onthouden is. De toon is gezet, de wedstrijd zelf wordt als één groot pleidooi voor de invoering van het profvoetbal gezien. Ook al omdat de amateurs van Nederland, [i]het echte Oranje[/i] dus, in 1953 en 1954 verliest van Denemarken, Zwitserland (twee keer), België (ook twee maal), Noorwegen (4-0) en Zweden (6-1).

Oprichting van de wilde bond

Een andere, historisch minder aansprekende wedstrijd speelt ook nog een rol. Op 30 september 1953 spelen een FIFA-elftal en CF Barcelona een demonstratiewedstrijd in het Olympisch Stadion van Amsterdam. Sterren als Ockwirk, Hanappi, Nordhahl en Boniperti zijn er te bewonderen. Liefst 60.000 (!) toeschouwers zijn aanwezig om zich te vergapen aan de beroemde profs uit het buitenland. Een week eerder is dan al de NBVB, de Nederlandsche Beroepsvoetbalbond opgericht als tegenhanger van de KNVB. De oprichting van de wilde bond voor profvoetballers splijt voetballend Nederland door met een eigen competitie van start te gaan. Op zaterdag 14 augustus 1954 wordt de eerste wedstrijd tussen twee profclubs in Nederland gespeeld: Alkmaar – Venlo. Zeker als de rijke voorzitter van Fortuna 54 (één van de vele nieuwe profclubs die opgericht wordt), de rijke Eugedius – kortweg Gied - Joosten, ook nationaal het voortouw neemt, lijkt het initiatief meer dan kansrijk. Red Band-drop-fabrieken organiseert in Roosendaal ter promotie van het profvoetbal een ontmoetingen tussen de betaalde spelers van Rotterdam en Den Haag. Ook andere ondernemers zien kansen de naamsbekendheid van hun merk te vergroten.

Slaapkamerconferentie

KNVB voorzitter Karel Lotsy wordt in 1953 opgevolgd door ir. Hans Hopster, maar beiden blijven er blijk van geven de tijdsgeest niet te aan te voelen. Zo krijgt journalist Jan Cottaar in 1953 nog de opdracht om het boekje [i]Vaste Koers: Amateurisme![/i] te schrijven en wordt een jaar later Heracles speler Frans van der Veen voor vijf jaar geschorst door de Speciale Commissie voor het Amateurisme omdat hij geld aangenomen zou hebben na zijn overgang naar VVV. De steun voor het amateurvoetbal brokkelt echter verder af al houdt PVDA-politicus dr. A.J. van Leusen (tevens voorzitter van VSV in Velsen) nog een vlammend betoog waarin uitgelegd wordt waarom betaald voetbal en socialisme niet samengaan.

De clubvoorzitters grijpen in zetten de KNVB onder druk overstag te gaan. De kentering vindt plaats op 3 juli 1954 als men bijeenkomt in het Utrechtse Hotel Terminus. Bij gebrek aan ruimte dienen de aanwezigen uit te wijken naar een slaapkamer. Met name de clubvoorzitters Jos Coler (Sparta), Cor Kieboom (Feijenoord), Joop Martens (ADO) en Henk Zon (Excelsior) zetten de bondsbestuurders Hopster en Brunt onder zware druk, tijdens wat later de slaapkamerconferentie gaat heten. De KNVB vreest de uittocht van zijn leden en gaat schoorvoetend akkoord met het voorstel de betaling van spelerspremies toe te staan. Nog hetzelfde jaar is de fusie tussen de twee voetbalbonden een feit en wordt – onder voorwaarden natuurlijk – het betaald voetbal officieel ingevoerd. Aanvankelijk nog met verschillende divisies waarvan de beste clubs een nacompetitie spelen die de landskampioen oplevert (de eerste titel is voor Willem II), maar vanaf 1956-1957 met één landelijke Eredivisie.

Ontleend aan:

. 50 jaar betaald voetbal – Matty Verkamman en Frans van den Nieuwenhof

. De grote voetbalencyclopedie – Francois Colin en Lex Muller

. Rotterdamse Voetbalglorie – Cees Zevenbergen

. Clubboeken Sparta, Vitesse, Willem II, Feyenoord, Ajax