Vader en zoon raken betrokken bij een groot auto-ongeluk. De vader is op slag dood, de zwaar gewonde zoon kan met moeite uit het autowrak gehaald worden. Vervolgens wordt hij in grote spoed naar het dichtstbijzijnde ziekenhuis gebracht. Eenmaal op de operatietafel gelegen, roept de chirurg onverwacht vol tranen uit: 'Sorry, ik kan niet opereren, het is mijn zoon'. Wat is hier aan de hand?
Eenvoudig, de chirurg is zijn moeder. Of dacht je dat de chirurg geen vrouw kon zijn ...?
DIEFSTAL AAN DE MOZARTLAAN Geplaatst op woensdag 02 november 2011
Inspecteur Q komt aan bij het grote herenhuis op de Mozartlaan.
Hij is gebeld voor een diefstal. Buiten op de stoep ligt er glas. “Ja, ze hebben het raam ingeslagen en zijn zo naar binnengeklommen”, zegt de huishoudster. Inspecteur Q vraagt wat er gestolen is. “Tien briefjes van 100 euro”, vult de butler aan. Dan laat ook de heer de huizes, baron Voorst tot Voorst zich zien. Hij is zichtbaar geschrokken: “Vreselijk, een inbraak op klaarlichte dag. Wat een bandieten!”, roept hij uit.
Inspecteur Q vraagt: “Zijn er nog meer mensen in het huis?” “Nee,” zegt de baron, “alleen de butler, de huishoudster en ik”. “Hmm”, zegt inspecteur Q, “interessant. Want één ding weet ik nu al zeker: de dader is één van jullie drieën”… Ze kijken elkaar verschrikt aan.
Vraag 1a: Hoe weet de inspecteur dit zo zeker?
Inspecteur Q ondervraagt de drie verdachten één voor één. Allen stelt hij de vraag of ze het geld gezien hebben voordat het gestolen werd. De baron is snel klaar: “Ik lag boven te slapen, ik doe ’s middags altijd een middagdutje. Het geld had ik in de huiskamer bij een boek gelegd dat ik net aan het lezen was. Maar waarom zou ik mijn eigen geld stelen?”
De huishoudster: “Ik kwam het geld tegen bij het opruimen. Het geld lag op een tafeltje onder een groot, dik boek met de titel Misdaad loont. De baron leest graag thrillers, zodoende. Natuurlijk heb ik het geld laten liggen”. Volgens de butler lag het geld niet onder maar in het boek. “Ja, ik zag de briefjes van 1000 er uitsteken, ik vond dat nogal raar. Ik weet het zelfs precies, het geld lag tussen bladzijde 57 en 58. Nee, natuurlijk heb ik het niet meegenomen.”
Inspecteur Q nodigt de baron, de huishoudster en de butler uit. “Hmm, u heeft alle drie een verklaring afgelegd. En ik kan u zeggen: Eén van u liegt!”
Vraag 1b: Weet jij wie er een valse verklaring heeft afgelegd?
Wordt nog even geheim gehouden. Weet jij de antwoorden op de vragen?
BURGEMEESTER ONTVOERD Geplaatst op zaterdag 17 mei 2008
Het is het gesprek van de dag: de burgemeester van Oosterhout is ontvoerd. Drie gemaskerde mannen hebben hem overvallen op straat, in een blauwgrijze bestelbus geduwd en meegenomen. De ontvoerders hebben via de telefoon 100.000 euro losgeld gevraagd. Het gemeentebestuur wil echter eerst weten of de burgemeester nog wel in leven is.
Er zijn drie dagen gepasseerd als Fleur, de zeer verontruste vrouw van de burgemeester, een eerste teken van leven ontvangt. Op de deurmat buiten vindt ze een briefje met een door haar man geschreven tekst:
Engel Fleur,
fijn dat ik je toch even dit briefje mag schrijven
fleur, ik weet dat de ontvoering een schok voor je is,
echter liefste, ik word redelijk verzorgd
neem de ontvoerders wel heel serieus
thuis kom ik, zodra het losgeld is betaald
Fleur laat het briefje aan inspecteur Q lezen. Na enig gepeins zegt hij plotseling: “Uhumm, in ieder geval weet ik nu de schuilplaats waar uw man gevangen gehouden wordt!”
We houden het antwoord nog even geheim. Weet jij de oplossing?
Gedachtenlezen Geplaatst op dinsdag 13 mei 2008
Inspecteur Q. heeft nog een bijzondere gave: zij kan gedachtenlezen. Geloof je het niet? Oké, let op: Denk aan een getal. Tel er 15 bij op. Vermenigvuldig met 2. Trek er 24 van af. Trek er tweemaal het getal af dat je in gedachten had. Welk getal houd je nu over?Oplossing
Inbraak bij Familie Klos Geplaatst op vrijdag 09 mei 2008
Bij familie De Klos wordt ingebroken. Er zijn 3 verdachten: Bert, Roel en Johan. Inspecteur Q weet dat Roel nooit liegt, dat Bert altijd liegt en dat Johan af en toe de waarheid geweld aandoet.
Bert: 'Goed, ik deed het!'
Roel: 'Johan heeft het niet gedaan.'
Johan: 'Bert is de dader.'
Roel is de dader! Immers, Bert zegt dat hij het gedaan heeft, maar we weten dat Bert altijd liegt. Bert valt dus af. Roel spreekt wel altijd de waarheid en zegt dat Johan het niet heeft gedaan. Johan valt dus ook af. Als Bert en Johan het niet gedaan hebben, blijft alleen Roel nog over.